Als
we er oude geschiedenisbronnen op na slaan blijkt dat artsen in de oudheid al
gebruik maakten van pleisters.
Deze
pleisters leken echter niet op onze huidige pleisters, tegenwoordig kennen we de
katoenen wondpleister, de elastische pleister, de gelpleister, de
blarenpleister, de jodiumpleister, de plastic pleister, de kinderpleister, de
cartoonpleister, de kleefpleister, de spuitpleister, etc. Er zullen ongetwijfeld
nog een aantal varianten hier vergeten zijn… Heel vroeger werden pleisters
gebruikt om geneesmiddelen toe te dienen, het waren vaak mengsels van hars, gom
en olie met geneeskrachtige stoffen; veelal kruiden.
Hoe
werden de pleisters aangebracht…
Voordat
men de pleisters aanbracht op het lichaamsdeel werden ze opgewarmd en in de
juiste vorm gebracht. De hars leverde daarbij de kleefkracht zodat het bleef
zitten (denk maar aan de hars uit een kerstboom). Vervolgens trokken de
geneeskrachtige stoffen uit de kruiden door de hars in de wond die daardoor
genas. Later werden de pleisters voorzien van een laagje textiel zodat
uiteindelijk de huidige vorm van de katoenen pleister ontstond. Aan het eind van
de negentiende – begin twintigste eeuw veranderde de functie van de pleister.
Het ging er niet meer alleen om, om wonden te genezen, maar men ontdekte dat je
een pleister zonder het “wondkussen” ook kon gebruiken om verbanden, eerst
lappen katoen, vast te zetten. Het nadeel van de eerste pleisters was echter dat
ze sterk kleefden. Zo sterk dat er bij het verwijderen ervan soms oppervlakkige
wonden aan de huid ontstonden!
Een
belangrijke ontdekking…
De
Duitse apotheker Oscar Troplowitz deed in 1882 een geweldige ontdekking, hij
voegde aan de kleefstof zinkoxide toe en ontwierp daardoor een pleister die
vrijwel geen irritatie veroorzaakte, goed plakte en zonder problemen te
verwijderen was. Oscar Troplowitz leefde van 1863 tot 1918 en nam in 1890 de
onderneming over van dr. Carl Paul Beiersdorf en begon twee jaar later een grote
fabriek. Door de zinkoxide kreeg de kleefstof een helderwitte kleur; reden voor
Troplowitz om zijn uitvinding Leukoplast te noemen (dit is afgeleid van het
Griekse leukos, dat wit betekent). Deze ontdekking wordt een daverend succes,
vooral omdat Troplowitz ook heel goed wist hoe hij zijn vinding zakelijk moest
uitbuiten. En daar bleef het niet bij; later deed hij nog meer belangrijke
ontdekkingen, waaronder de uitvinding van de eerste tandpasta.
De
eerste wondpleister…
In
Europa en de Verenigde Staten ontstond kort daarna het idee om de hechtpleister
al in de fabriek te voorzien van een kussentje, in Europa is het opnieuw
Beiersdorf die deze nieuwe, gemakkelijker vorm van wondverzorging, op de markt
brengt. Ze doen dit onder de naam Hansaplast. De naam is afkomstig van de
hanzestad Hamburg waar in het begin van de twintigste eeuw de eerste
wondpleisters worden gemaakt.
De
nieuwste pleisters…
Inmiddels
zijn ook pleisters op de markt gekomen die net als de eerste pleisters voorzien
zijn van medicijnen; denk maar aan de betadinepleister, de hormoonpleister en de
nicotinepleister.
Maar de meest praktische van allen blijft ons eigen pleisterke, wanneer je op de pleister klikt komt de tekening tevoorschijn waarop staat aangegeven welke vorm het best bij een wond geknipt kan worden…
Bron:
Voorpost van de Dokter